Gepubliceerd in Vrij Nederland.
Eindeloze wachtlijsten, overvolle instellingen, oververmoeid personeel: als het zorginfarct niet dreigt, dan is het er al. Sommige Nederlanders wachten niet op de overheid of de markt om dat op te lossen, maar organiseren zelf een alternatief. Wat kunnen we van hen leren? We zetten de stappen op een rij.
Twaalf ouderenwoningen die pal naast het dorpshuis staan. Een inloophuis voor mensen die herstellen van eetstoornissen. Een oud schoolgebouw dat is omgetoverd tot ontmoetingscentrum. Een greep uit initiatieven van burgers die voor elkaar zorgen. Dat doen ze semi-professioneel. Vaak zonder procedures, regels en betaalde medewerkers maar mét een gedeelde visie en vaak een juridische entiteit, zoals een coöperatie, vereniging of stichting.
Zorgzame gemeenschappen, noemt Kirsten van Spronsen ze. Zij werkt bij Nederland Zorgt Voor Elkaar, een netwerk van zo’n 1500 burgerinitiatieven in zorg, welzijn en woningen. Dat het er zoveel zijn, bleek in 2020 uit de Monitor Zorgzame Gemeenschappen. ‘Maar we denken dat het aantal inmiddels flink is gegroeid’, zegt Van Spronsen.
Zorgzame gemeenschappen – het woord zegt het al – dragen zorg voor elkaar, in de breedste zin van het woord. Daarbij draait het om andere dingen dan klassieke medische zorg. Van Spronsen: ‘Het belangrijkst zijn ondersteuning en hand- en spandiensten. Zorgen dat mensen te eten hebben, dat ze even naar een ziekenhuis of een goede vriend worden gereden, kortom: dat ze weten dat ze er niet alleen voor staan.’
Voorschot op de toekomst
Die alledaagse burenzorg levert veel op. Ook medisch. In het Drentse Grolloo bespaart het bewonersinitiatief Grolloo Zorgt jaarlijks zo’n 25.000 euro aan huisartsbezoeken, berekende de Aletta Jacobs School of Public Health en de Rijksuniversiteit Groningen in 2020. Dat is interessant, zeker nu de grote vergrijzing voor de deur staat. ‘Over een aantal jaren wordt de zorg die we nu gewend zijn niet meer geboden’, zegt Roelof Dilling, initiatiefnemer van Grolloo Zorgt. ‘Ik ben blij dat Grolloo Zorgt alvast een voorschot op die toekomst heeft genomen.’
Dilling wist niets van zorg toen hij in 2016 voor het eerst de ideeën voor Grolloo Zorgt besprak met een paar dorpsgenoten. Inmiddels wonen twaalf ouderen uit het dorp in woningen die Grolloo Zorgt naast het dorpshuis liet bouwen. Hoe kregen ze dat voor elkaar? En is dat recept te kopiëren? Ervaringsdeskundigen Dilling en Van Spronsen wijzen op een paar belangrijke bouwstenen voor succesvolle bewonersinitiatieven.
1. Gedeelde grote wens
Vroeger dacht Dilling dat hij wel wist wat de ongeveer achthonderd inwoners van Grolloo en omstreken nodig hadden. Hij was lang actief bij een sportvereniging en kwam elke maandagavond bezweet en voldaan thuis van zijn hardloopavond. Daar wordt iedereen happy van, dacht hij. Maar dat was niet zo, bleek toen hij in 2015 samen met andere bewoners een sportproject opzette in het dorp. Met bootcamp en beachvolleybal wilden ze nieuwe mensen bereiken. Dilling: ‘Maar we zagen steeds mensen opdraven die toch al aan sport deden.’
‘Vaak gaat het om naar elkaar omkijken – dat is voor veel mensen belangrijk’
Daarom veranderde Dilling van strategie. Hij wilde nog steeds de mensen om hem heen gelukkiger maken, maar hij ging niet langer alleen maar uit van zijn eigen wensen. Dillings nieuwe ambitie luidde: iedereen een leven lang gelukkig in Grolloo. Of zijn dorpsgenoten nu gelukkig werden van sporten, een boek lezen, naar het theater gaan of iets heel anders: hij wilde helpen.
Daarover wilden tien andere mensen wel met hem om de tafel. Sommigen kwamen uit het toenmalige sportproject, anderen waren van de al bestaande vereniging Dorpsbelangen. Die avond in het dorpshuis schreven ze drie flipovervellen vol plannen en was de organisatie Grolloo Zorgt een feit.
‘Je komt er supersnel achter of een bewonersinitiatief levensvatbaar is of niet’, zegt Tim Jongman. Hij is bestuurslid van De Twentse Noabers, een coöperatie van zo’n 36 bewonersinitiatieven in Twente. ‘Als je iets organiseert en er komt niemand opdagen, ook de tweede keer niet, dan moet je snel stoppen.’ De Twentse Noabers zorgen voor kennisuitwisseling en belangenbehartiging van initiatieven van bewoners die naar elkaar omzien.
Dat is bijvoorbeeld het geval bij het Realcoveryhuis, waar mensen ervaringen kunnen uitwisselen over eetstoornissen. En er zijn initiatieven rondom hofjeswoningen, cultuursensitieve zorg en gezamenlijke afspraken met zorgaanbieders. ‘Vaak gaat het om naar elkaar omkijken – dat is voor veel mensen belangrijk. Niet iedereen die bij de huisarts komt, heeft een medisch probleem. Vaak is eenzaamheid het grote punt. Dat kunnen buren voor elkaar oplossen.
2. Ontmoetingsplek
Een belangrijke bouwsteen voor een geslaagd bewonersinitiatief, is een fysieke ontmoetingsplek. Ook voor Grolloo Zorgt werkte dat goed. ‘Wij hebben het dorpshuis’, zegt Dilling. Maar het kan ook een kerk zijn, een sportclub of een café. ‘Als je elkaar maar kunt ontmoeten.’
Soms is de ontmoetingsplek zelf de gedeelde wens. In Almelo is een boerderij omgebouwd tot ontmoetingscentrum. Jongman: ‘Er wordt bijvoorbeeld informatie gegeven over mentaal welbevinden, over kwaliteit van leven, lichaamsfuncties en dagelijks functioneren. Voor iedereen. Deze initiatieven zijn een succes, omdat ze heel laagdrempelig blijven.
3. Niet té veel professionaliteit
Veel bewonersinitiatieven zetten hun visie op papier. ‘Dat is een stip op de horizon en geen dichtgetimmerd plan’, zegt Van Spronsen. ‘Op die manier kun je je koers bijstellen. Als iedereen de grote wens deelt, komen mensen soms met invalshoeken waaraan jij nooit had gedacht. Dan ontstaat er iets moois, en vooral een trots gevoel binnen de gemeenschap.’
Zorggemeenschappen tuigen doorgaans geen professionele organisatie op, ziet Van Spronsen. ‘Ze maken de boel juist simpeler.’ Ze kúnnen natuurlijk ook geen professionele zorg bieden. ‘Maar ze kunnen wel praktische hulp bieden. Denk aan iemand die alleen woont en niet meer durft te douchen omdat ze een keer is uitgegleden. Ze wil niet ongedoucht naar buiten, dus dat kan het begin zijn van een eenzaam bestaan. En eenzaamheid is schadelijker voor de gezondheid dan roken. Als een buurtgenoot daar elke dag een kwartiertje een boek leest in de woonkamer, kan zij weer schoon naar buiten.’
‘We willen juist alles doen vanuit de behoefte van inwoners’
Bij Grolloo Zorgt hebben veel mensen een achtergrond in de zorg. Dilling niet. En dat merkte hij. ‘Het ging geregeld over zaken als WLZ en WMO. Ik wist bij God niet wat dat betekende, en voelde me een blok aan het been.’ Maar toen hij er hardop over dacht om uit te stappen, zeiden de anderen dat ze hem juist nodig hadden. Hij vertegenwoordigde de stem van de inwoners, een belangrijk uitgangspunt van Grolloo Zorgt. ‘We willen juist alles doen vanuit de behoefte van inwoners.
4. Actieve verbinder
Bewonersinitiatieven kunnen helpen bij een eenvoudigere toegang tot zorg. Dilling: ‘Ons zorgloket ligt 15 kilometer van het dorp. Het is ook bereikbaar via internet, maar daar is niet iedereen vaardig in.’ Bij Grolloo Zorgt helpen buren elkaar nu met autoritjes naar het loket, het ziekenhuis of andere zorginstellingen. En bij iets online regelen. Zo’n 130 vrijwilligers bieden hun hulp aan. Dilling: ‘Dat zijn er beduidend meer dan het aantal hulpvragen dat we krijgen, dus die kunnen we mooi spreiden.’
Bij Grolloo Zorgt is daarvoor een dorpscoördinator in dienst, officieel vanuit een welzijnsorganisatie, betaald door de gemeente. Twee dagen per week koppelt zij vrijwilligers en hulpvragen aan elkaar en houdt ze nauw contact met verschillende zorginstanties. Als de huisarts zich zorgen maakt over iemands eenzaamheid, vraagt de dorpscoördinator de buurman om diegene eens ergens mee naar toe te nemen.
Een actieve verbinder kan een zorggemeenschap laten vliegen, zegt Van Spronsen. ‘Er zijn vaak heel verschillende behoeften en talenten in een gemeenschap. Een verbinder kan die goed aan elkaar koppelen. Oudere mensen denken soms dat ze niet meer kunnen bijdragen, maar dat is natuurlijk niet zo.’ Ook Jongmans ziet dat deelnemers tegelijkertijd vrijwilligers kunnen zijn. ‘Iemand die op de koffieochtend komt, helpt bijvoorbeeld ook maaltijden te bereiden.’
5. Juridische vorm
Grolloo Zorgt begon als werkgroep onder de bestaande vereniging Dorpsbelangen. Voor een eigen organisatie zouden ze een notaris moeten inschakelen en een voorzitter, penningmeester en secretaris moeten aanwijzen. Toen Grolloo Zorgt plotseling vastgoed in handen kreeg, moest dat toch. De drie pijlers van het bewonersinitiatief zijn zorg, welzijn en wonen. Dat laatste ging vooral om de wens voor seniorenwoningen, zodat oude mensen in hun laatste levensfase niet het dorp uit moeten.
Naast het dorpshuis stond een oude boerderij die daar volgens de dorpsbewoners heel geschikt voor was. Toen de eigenaresse van de boerderij zelf naar een verzorgingstehuis vertrok, kocht een van de initiatiefnemers de boerderij om beschikbaar te stellen aan Grolloo Zorgt. De vervallen boerderij werd gesloopt en de gemeenschap organiseerde de bouw van twaalf voor thuiszorg geschikte woningen, inmiddels in eigendom van financiers. Dilling: ‘Dat werd te zwaar voor een werkgroep, dus hebben we in 2019 stichting Grolloo Zorgt opgericht.’
‘Je moet zo laat mogelijk formaliseren. Vorm volgt inhoud’
Nederland Zorgt voor Elkaar is een vereniging en De Twentse Noabers is een coöperatie. Hun leden zijn bijna allemaal stichtingen of verenigingen. Zelf deed De Twentse Noabers ruim een jaar over de oprichting van de coöperatie. Jongman: ‘Je moet zo laat mogelijk formaliseren. Vorm volgt inhoud.’ Dat geeft ook ruimte aan wat hij zelf zo aardig vindt aan bewonersinitiatieven: zonder organisatorische grenzen kunnen ze makkelijk in verschillende sectoren tegelijk werken en die op een natuurlijke manier met elkaar verbinden. Toch is een juridische entiteit met een duidelijk aantal leden uiteindelijk wel handig om formeel met partners samen te werken en subsidies aan te vragen. Jongman: ‘Met een eigen bankrekening kun je leuke dingen doen.
6. (Financiële) ondersteuning
Naoberschap of ‘omzien naar elkaar’ is gelukkig gratis. Toch is het fijn als er bij bewonersinitiatieven ook wat geld voorhanden is. Bij Grolloo Zorgt zijn, onder de noemer ‘gemak in hoes’, nu bijvoorbeeld bedlampjes beschikbaar, die geen partners wakker maken, maar wel de vloer beschijnen. Dat voorkomt gebroken heupen tijdens nachtelijke toiletbezoeken.
Zorgzame gemeenschappen hebben maar een klein beetje geld nodig om veel waarde te creëren. Zes keer zoveel waarde ongeveer, blijkt uit een Social Return on Investment(SROI)-analyse in opdracht van onder meer Nederland Zorgt Voor Elkaar. Elke euro geïnvesteerd in dorpscoördinator levert 6 euro maatschappelijke winst op. Van Spronsen: ‘De winst komt terecht bij gemeenten en zorgverzekeraars. Vooral de gemeenschap wordt rijker. Maar niet in euro’s.’
Grolloo Zorgt liet uitrekenen dat hun organisatie jaarlijks 25.000 euro bespaart aan alleen al huisartsbezoeken. Dat legitimeert de vergelijkbare kosten voor de dorpscoördinator uit zak van de gemeente. Die besparing komt niet bij de gemeente terecht, maar via de zorgverzekeraar uiteindelijk bij alle verzekerden.
Foto: Grolloozorgt.nl
