Circulaire economie

Te koop: een tweedehands kantoor als bouwpakket

Gepubliceerd in Trouw.

Circl, het voormalige ABN Amro-paviljoen, staat te koop. Het gebouw ligt in stukjes klaar in een loods, om elders weer in elkaar te zetten.

Het is steenkoud in de loods op het industrieterrein van Wapenveld. Maar niet té koud. Sensoren en blazers voorkomen dat de hier opgeslagen houten planken, balken en trappen vochtig worden. Als deze gebruikte bouwmaterialen gaan schimmelen, worden ze namelijk afval. En dat zijn ze nu juist níet.

Hier ligt Circl opgeslagen, het voormalige ABN Amro-paviljoen dat is gebruikt voor allerlei bijeenkomsten op de Amsterdamse Zuidas. Het werd in 2011 gebouwd als paradepaardje van de circulaire economie. Het gebouw was circulair omdat het voor een deel bestond uit tweedehands materialen, maar vooral omdat je het als een soort legopakket uit elkaar kon halen om elders weer op te bouwen.

Sindsdien is er veel vaker ‘demontabel’ gebouwd. Met de belofte dat als deze gebouwen niet meer voldoen, de onderdelen zonder waardeverlies opnieuw kunnen worden gebruikt. Maar deze panden worden tot nu toe zelden daadwerkelijk uit elkaar gehaald.

Circl is daarmee een belangrijk proefproject voor de circulaire bouw: werkt het demonteren en weer in elkaar zetten? Kun je een gebouw verplaatsen? Wat is handig en wat niet? De demontage van Circl lijkt in elk geval gelukt. Ruim 90 procent van de bovengrondse bouwonderdelen is behouden. Een loods van vierduizend vierkante meter op een industrieterrein in Wapenveld bergt nu groepjes ventilatiebuizen, zonnepanelen, wastafels, draaideuren en vooral meters aan stapels houten onderdelen.

Alles is niet hoger dan 2,5 meter opgestapeld, want te veel gewicht maakt deuken in het onderste hout. Dan worden de bouwstukken misschien alsnog afval.

Een koevoet of slijptol gebruiken is verboden

‘Afval’ en ‘sloop’ zijn woorden die hier niet thuishoren, vertelt Menno Rubbens, projectontwikkelaar bij LCP Circulair, verantwoordelijk voor de ontmanteling van Circl in 2024. Medewerkers mochten naar de bouwplaats dan ook geen koevoet, hamer of slijptol meenemen.

Rubbens: “Die zorgen altijd voor beschadigingen. En ze zijn eigenlijk alleen nodig bij wat de bouw noemt ‘natte knopen’, onderdelen die aan elkaar zijn vastgelijmd.”

‘De kern van een succesvolle verplaatsing van gebouwen is een efficiënte administratie’

Circl zat juist in elkaar met ‘droge’ verbindingen, zoals schroeven die je in theorie zo weer los kunt draaien. Ook al bleek dat lastiger dan gedacht. Rubbens pakt uit een bak vol schroeven een exemplaar zo lang als zijn onderarm. “Sommige zijn wel 60 of 80 centimeter lang, dus eenmaal vastgedraaid in hout hebben ze een enorme weerstand.”

Met reguliere apparatuur kwamen sommige schroeven niet los, dus werden er toch een paar doorgezaagd. Uiteindelijk wisten zijn collega’s van LCP Circulair voor het losdraaien van de schroeven een geschikt gereedschap te maken van een apparaat dat normaal de wielmoeren van vrachtwagens aandraait of losmaakt.

Het demonteren en weer opbouwen kost veel tijd. Dat maakt het lastig, zegt Rubbens. “In circulaire projecten lukt de techniek vaak wel, maar zijn de logistiek en de organisatie een probleem. Dat moet je optimaliseren, want arbeid is in onze huidige maatschappij nou eenmaal duurder dan materiaal.”

Voor hergebruik zijn grote elementen handig

Voor efficiënte circulaire bouw is de maat van de bouwonderdelen belangrijk. Die zijn – net als puzzelstukken – in groot formaat het handigst. Rubbens: “Als een gebouw uit veel kleine onderdeeltjes bestaat, moet je die steeds weer losschroeven, inspecteren en er een stickertje op plakken. Liever pak je een groot element en zet je dat in één keer op een vrachtwagen.”

De stukjes treden van de enorme buitentrap van Circl hadden wat Rubbens betreft daarom groter gemogen. Maar de enorme houten binnenbalk van 28 meter lang kon juist weer kleiner. Die paste nu níet op een vrachtwagen en er was duur speciaal transport voor nodig.

Het afvoeren van bouwonderdelen was een ingewikkelde puzzel midden in een van de drukste stukjes Nederland. Er was rond het gebouwde paviljoen geen plek om losgemaakte onderdelen neer te leggen. Alles moest direct uit het gebouw op de vrachtwagen, die alleen mocht rijden buiten spits- en lunchtijden.

In de loods in Wapenveld zit op bijna alle losse onderdelen een metalen ID-label geschroefd. Daarmee kun je een digitale 3D-tekening van Circl opzoeken en vind je de plek waar het onderdeel precies zat. Dat maakt het makkelijker en dus goedkoper om alles straks weer in elkaar te zetten. Rubbens: “De kern van een succesvolle verplaatsing van gebouwen is een efficiënte administratie.”

De digitale database van Circl geeft ook informatie over de staat van alle onderdelen. Rubbens: “Als je een betonnen constructie uit elkaar haalt, inspecteer je de elementen. Zitten er al barsten in of niet? Hoe makkelijk is alles losgekomen? Van materiaal uit de fabriek kun je ook opzoeken waar iets vandaan komt en hoelang het al ergens ligt. Zonder die gegevens wordt het lastig om een bouwinspecteur te overtuigen van de kwaliteit.”

Circulair vastgoed krijgt te maken met verschillende partijen in de bouwketen, die niet allemaal hetzelfde doel voor ogen hebben. Rubbens: “De bouw werkt vaak heel versnipperd. Er zijn mensen die alleen maar slopen, anderen ontwerpen en weer iemand anders houdt zich alleen maar bezig met bouwen.” LCP Circulair is daarom een samenwerking tussen Cepezed (met ontwikkelaars en architecten) en Lagemaat, een voormalig sloopbedrijf dat de term ‘sloop’ steeds meer mijdt. Eerder ontmantelde LCP Circulair de tijdelijke en daarom demontabel ontworpen rechtbank van Amsterdam. Dat pand is inmiddels herrezen op de universiteitscampus van Enschede.

Is hergebruik van een gebouw goedkoper?

Voor dit soort projecten selecteert LCP Circulair wel de collega’s die gevoel hebben bij circulaire bouw. Ferry Pleiter is een van hen. Hij is ook in de loods en vertelt dat je voorzichtig te werk moet gaan: “Je moet geen jongens hebben die met vieze handen plafondplaten loshalen en op een stapel gooien. Er zit een heel dun scheidslijntje tussen een waardevol element en afval.”

Zelfs de glazen ramen uit het Circl-gebouw staan in de loods op een karretje. Hoe bijzonder is het dat die intact zijn gebleven? “Dat valt eigenlijk wel mee”, zegt Pleiter. “Je hoort wel eens over de sloopkogel. Maar die is in Nederland allang verleden tijd. Dat gebeurt hooguit nog in het buitenland. In Nederland ga je zoveel waarde niet vernietigen.”

Betonnen vloerplaten zijn bijvoorbeeld veel geld waard, dus die worden regelmatig in hun geheel hergebruikt. Ook glasplaten krijgen vaak een hoogwaardig tweede leven. Materiaal met minder waarde wordt op de bouwplaats gescheiden. Alleen schone stromen zijn immers goed genoeg voor recycling, zelfs als dat eindigt als fundering onder een snelweg of straat.

‘Gebruikte onderdelen hebben een geschiedenis, dat moet je begrijpen’

Is hergebruik van een gebouw voordelig, omdat er geen nieuwe materialen gekocht worden? “Soms is platgooien en nieuwbouw goedkoper”, zegt Rubbens. Bij de productie van nieuwe materialen komen broeikasgassen vrij en er moeten grondstoffen worden gewonnen, maar de kosten daarvan worden niet volledig doorberekend in de nieuwbouw, legt hij uit. Als dat wel gebeurt wordt hergebruik economisch aantrekkelijker.

Het verplaatsen van de Amsterdamse rechtbank scheelde alle betrokken partijen wel geld, zegt Rubbens. “De oorspronkelijke gebruiker betaalde minder voor de sloop, dankzij een soort statiegeld voor de restmaterialen. De nieuwe eigenaar betaalde daar weer minder voor dan voor nieuwe materialen. Maar dat kon eigenlijk alleen omdat dit gebouw demontabel was ontworpen.”

In gesprek met mogelijke kopers

De kosten voor de ontmanteling en opslag van Circl komen voor rekening van Victory Group. De Britse vastgoedinvesteerder kocht alle Zuidas-gebouwen van ABN Amro toen de bank besloot te verhuizen naar een nieuw pand.

Het lage Circl-paviljoen stond volgens directeur Ben Cooper van Victory Group niet op de juiste plek. “Op zo’n zakelijke locatie, vlak naast het openbaar vervoer, is het logisch om hoger te bouwen.” Op de plek van Circl verrijst in 2028 Mahler 1, een kantoortoren met 15 verdiepingen.

Victory Group en LCP Circulair zijn nog in gesprek met potentiële kopers voor het ontmantelde Circl. De kosten voor opslag – een paar duizend euro per maand – zorgen volgens Cooper niet voor haast.

Hij en zijn partners zoeken een koper die de onderdelen van Circl niet zomaar gaat gebruiken voor eigen bouwplannen. Cooper: “Gebruikte onderdelen hebben een geschiedenis, dat moet je begrijpen.” Victory Group ziet het ontmantelde Circl – een gebouw met één verdieping van in totaal zo’n 1700 vierkante meter – het liefst in herkenbare vorm terug. En dan graag ook nog met een publieke functie. Dat zou zorgen voor de nodige zichtbaarheid, want daar is volgens Cooper nog behoefte aan in de aanloop naar een circulaire economie: “Laten zien dat hergebruik echt werkt.”

Beeld: Koen Verheijden