Circulaire economie

Kijk eens verder dan de textielbak

kleding circulair clothingloopKledingtassen voor buren om door te geven via Clothingloop

Gepubliceerd in Trouw.

Iedereen kent de textielbak, maar om het probleem van textielafval echt op te lossen is veel meer nodig. Als het aan het Collectief Circulair Textiel ligt, wordt oude kleding straks bij je thuis afgehaald of kun je die inleveren bij kledingwinkels.

Wie oud textiel verantwoord wil weggooien, zal dat waarschijnlijk in de textielbakken doen die overal in Nederland staan. Maar wat er daarna mee gebeurt, is niet altijd de duurzaamste optie, vindt Rob Buurman, oprichter van het Collectief Circulair Textiel. “Waarom wordt er zoveel verscheept naar het buitenland? Waarom wordt er niet meer hoogwaardig gerecycled?”, vraagt hij zich af. En, nog fundamenteler: “Waarom gaan bedrijven geen overproductie tegen?”

Toch worden juist met deze textielbakken grote contracten afgesloten door producenten en importeurs van textiel. Zij zijn namelijk sinds 2023 in Nederland verplicht om hun eigen troep op te ruimen, als een van de eerste landen in de Europese Unie, na Frankrijk.

Volgens Buurman moeten er grote veranderingen plaatsvinden om het probleem van textielafval echt op te lossen. Buurman zou verder willen gaan dan de textielbakken. Als het aan Collectief Circulair Textiel ligt, wordt oude kleding straks bij je thuis afgehaald of kun je die inleveren bij verschillende kledingwinkels.

‘Grote organisaties proberen de sector niet echt te veranderen’

Buurman heeft vaker kritiek gehad op hoe producenten en importeurs hun eigen troep opruimen. Als directeur van de Fair Resource Foundation houdt hij al langer de afvalregelingen in de gaten. Die regelingen bestaan al decennialang voor papier en elektronica, en iets recenter voor verpakkingen. Ook daarvoor bestaan officiële inzamelplekken, zoals de elektronicabak, de papierbak en de blikjesautomaat. Maar wat er vervolgens met die afgedankte spullen gebeurt, wordt in die sectoren steeds bepaald door één producentenorganisatie.

“Voor de overheid is dat lekker makkelijk”, zegt Buurman. “Dan heb je maar één aanspreekpunt en één partij om te handhaven. Maar zo’n producentenorganisatie dient vaak vooral de grootste bedrijven in de achterban, zoals Albert Heijn, Coca-Cola en Unilever in het geval van verpakkingen. Of H&M, Primark en Shein in het geval van textiel. Zij proberen de sector niet echt te veranderen.”

Maar dat is wel nodig om de economie meer circulair te krijgen, een doel van de Nederlandse overheid. In de jaren negentig tuigde Nederland daar al afvalregelingen voor op. Producenten en importeurs van onder meer elektronica en autobanden zijn al decennia verantwoordelijk voor de afgedankte producten van hun klanten. Om die netjes op te ruimen werken bedrijven samen in zogeheten ‘productencollectieven’.

‘Versnipperde autobanden op kunstgras is geen recycling’

“Producentenorganisaties proberen tegen zo laag mogelijke kosten slechts in de buurt te komen van afgesproken doelstellingen voor inzameling en recycling”, zegt Buurman. “De autobandindustrie versnippert bijvoorbeeld afgedankte autobanden en verkoopt die door aan beheerders van kunstgrasvelden. Dat vinden wij niet echt recycling.”

De producentenorganisatie Verpact, die over de verwerking van afgedankte verpakkingen gaat, doet volgens de Fair Resource Foundation te weinig om bijvoorbeeld het inzamelsysteem voor blikjes goed te laten werken. Staatssecretaris Thierry Aartsen van Milieu is ook ontevreden. Begin september schreef hij in een brief aan de Tweede Kamer dat de Inspectie Leefomgeving en Transport opnieuw een dwangsom heeft opgelegd, om Verpact aan te sporen om snel meer inzamelpunten voor blikjes en kleine plastic flesjes te maken.

Buurman besloot om niet meer vanaf de zijlijn commentaar te geven op de verwerking van textiel door bestaande organisaties. Samen met collega Janine Röling, en inmiddels zo’n veertig textielbedrijven, begon hij een eigen collectief. “Er is een concurrent nodig die zo hard mogelijk richting circulariteit probeert te gaan. Anders krijg je in de textielverwerking ook het probleem van machtsconcentratie.”

Dat is inderdaad een probleem, vindt Walter Vermeulen, gepensioneerd universitair hoofddocent aan het Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling van de Universiteit Utrecht. Hij was in de jaren negentig zijdelings betrokken bij de invoering van de afvalregelingen, die officieel de ‘Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid’ (upv) heten. Die wetgeving, inmiddels ook aangezwengeld vanuit de EU, was bedoeld om recycling van de grond te krijgen en producenten aan te sporen om langer houdbare producten te ontwerpen.

Recycling moet ‘economisch haalbaar’ zijn

“Het was toen best een radicale verandering om producenten en importeurs verantwoordelijk te maken voor hun producten ná de gebruiksfase”, zegt Vermeulen. De nieuwe wetgeving werd daarom in Nederland nog wat voorzichtig ingevoerd. Recycling hoeft bijvoorbeeld alleen als dat ‘economisch haalbaar’ is. Vermeulen: “Alle recyclingtechnieken die duurder zijn dan 205 euro per ton blijven buiten beschouwing.”

Dat pakt niet goed uit voor de moeilijk terug te winnen zeldzame aardmetalen in elektronica. “Met massarecycling haal je het simpelste materiaal eruit en scoor je hoge recycle-percentages. Maar zo gaan de schaarse metalen verloren, met bijkomende geopolitieke problemen.”

Bij de invoering van de afvalregelingen besloot Nederland ook al snel om steeds één organisatie voor alle producenten en importeurs binnen een sector aan te wijzen. Vermeulen: “Dat gebeurde omdat de Nederlandse markt te klein leek om verschillende concurrerende systemen in het leven te roepen. En omdat een aantal partijen niet meedeed en er weinig handhaving was.”

Inmiddels is Vermeulen niet meer zo te spreken over die monopolie-regeling. “In die grote organisaties heeft de middenmoot het vooral voor het zeggen. Dan gaan de vooruitlopende initiatieven vaak niet door.” Die initiatieven krijgen vaak wel aandacht als ‘showcase’, maar ze hebben maar een miniem effect op het geheel. Hoewel juist die sectorbrede afvalregelingen het mogelijk maken om ook de grote afvalstromen meer circulair te maken.

Van voorkomen van afval komt weinig terecht

Vermeulen schreef in 2023 met collega’s van de Universiteit Utrecht een witboek met verbetersuggesties voor de afvalregelingen. De wetenschappers pleiten bijvoorbeeld voor sterkere circulaire prijsprikkels voor bedrijven. Het opruimen van consumentenafval kost nu relatief weinig geld. Daardoor is er nog niet veel terecht gekomen van het voorkómen van afval, bijvoorbeeld door een langer houdbaar ontwerp van producten, ook wel ecodesign genoemd.

Bijkomend probleem is de export van fast fashion – dat snel kapot gaat – naar landen zonder goed verwerkingssysteem. En bedrijven hoeven ook niet te betalen voor de verwerking van hun producten als consumenten die bij het restafval gooien, zegt Vermeulen. “Dat is een raar systeem.”

Werkkleding wordt beter gerecycled dan fashion

In sommige hoeken van de textielsector komen bijna alle afgedankte producten wél netjes terug. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij gehuurde hotellakens en werkkleding. “Wij hebben daar veel meer grip op dan fashion, dat vaak belandt in de textiel- of afvalbak”, zegt Jan Lamme. Hij is ceo van Cibutex, wat staat voor Circularity for Business Textiles: een coöperatie van bedrijven die bedrijfstextiel leveren, wassen, hergebruiken en uiteindelijk recyclen.

Lamme zag bij bestaande producentenorganisaties in de textiel weinig bereidheid voor specifieke regelingen voor dit soort bedrijfstextiel. Daarom sloot hij zich aan bij het Collectief Circulair Textiel van Buurman. “Dat wil werken aan oplossingen, en niet aan het rondpompen van geld.”

Lamme zet bijvoorbeeld in op meer chemische recycling, in plaats van het gebruikelijke mechanische recyclen. Daarbij wordt de chemische structuur afgebroken tot de oorspronkelijke bouwstenen (polymeren, monomeren of atomen) waaruit de stoffen bestaan. Daarvan kunnen vervolgens weer nieuwe kunststoffen, chemicaliën of brandstoffen worden gemaakt. “Dat klinkt eng, maar het is veel hoogwaardiger”, zegt Lamme. “En we moeten meer kijken naar de voorkant in plaats van de achterkant van het proces. Van het geproduceerde textiel wordt 30 tot 40 procent nooit verkocht, en dat wordt dan vaak vernietigd.”

Dat is nu voordelig, omdat vernietigd textiel niet valt onder de heffing die bedrijven per kilo textiel die ze op de markt brengen aan de producentenorganisaties moeten betalen. Wat volgens Lamme en Buurman ook niet klopt, is dat importeurs van fast fashion per kilo evenveel betalen als producenten van langer houdbaar textiel. CCT broedt daarom op lagere heffingen voor bedrijven die reparatie aanbieden, lang garantie geven of een tweedehands aanbod opzetten.

Herdraagbare kleding inleveren bij supermarkten

CCT is voorlopig nog een kleintje vergeleken met de twee andere producentenorganisaties in de textielsector. De grootste prijsvechters, zoals Shein, Primark en H&M, zijn aangesloten bij ERP, dat op Europees niveau voor textielbedrijven de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid regelt. Dat maakt ERP voor haar leden zo makkelijk mogelijk, vermeldt de website.

Een andere optie voor textielbedrijven om aan de wetgeving te voldoen is zich aansluiten bij Stichting UPV Textiel. Die stichting heeft ruim duizend leden, waaronder de relatief duurzame spelers MUD jeans en Zeeman. Directeur Sekhar Lahiri vertelt dat hij innovatiebijeenkomsten organiseert waarin de voorlopers de rest inspireren, en over een samenwerking met stomerij Dobbi voor het inleveren van herdraagbare kleding bij supermarkten. “We kijken ook naar automatisering in de sortering van ingezamelde kleding. Dat gebeurt nu vaak nog met de hand.”

Lahiri mikt daarbij vooral op schaalgrootte en maakte al afspraken met brancheverenigingen van onder meer gemeentelijke afval- en reinigingsdiensten, kringloopwinkels en recyclers. Een monopolie-toewijzing vanuit de overheid is daarbij niet nodig, zegt hij.

Onlangs waarschuwde de Autoriteit Consument en Markt (ACM) zijn stichting wel om niet de indruk te wekken dat textielbedrijven alleen via UPV Textiel hun reststromen konden recyclen. Want keuzevrijheid zorgt voor concurrentie en daarmee voor een ruimer aanbod, een lagere prijs en betere kwaliteit, aldus ACM.

‘De wereld op zijn kop’

Zo’n monopoliepositie – officieel een Algemeen Verbindend Verklaring (AVV) genoemd – overweegt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat pas voor organisaties met een marktaandeel van zo’n 65 procent. Voorlopig hebben de ERP en Stichting UPV Textiel dat alleen samen in handen. Toch is Kiki Hagen er niet gerust op. Zij was in de laatste Rutte-kabinetten Tweede Kamerlid voor D66 en zorgde daar dat Nederland als tweede EU-lidstaat de afvalregeling voor textiel invoerde. Inmiddels is ze directeur van Collectief Circulair Textiel.

“In de textiel moet niet weer zo’n producentenorganisatie opstaan als in andere sectoren. Die organisaties zijn vaak gericht op kostenefficiëntie in plaats van meer circulariteit. Vaak halen ze de doelstellingen niet en blijven ze wel hun monopolie behouden. Ondertussen groeit hun fonds van de bijdragen van leden, omdat er steeds meer wordt geproduceerd. Dat geld gaat te weinig naar grondstoffenherwinning. Stichting Open (het producentencollectief waar alle importeurs en producenten van elektronica zich bij moeten aansluiten en dus hun kilo-heffing aan betalen) gaf laatst zelfs geld terug aan haar leden. Dat is de wereld op zijn kop.”

Hagen maakt met het Collectief Circulair Textiel nu afspraken met andere spelers dan de gebruikelijke textielbakken. “Dat zijn bijvoorbeeld burgerinitiatieven, swapshops en sportverenigingen die zich veel meer richten op hergebruik dan op recycling.”

Hagen kijkt ook uit naar EU-wetgeving voor het ‘digitale productpaspoort’, dat vanaf 2027 wordt ingevoerd voor onder meer textiel en elektronica. “Dan kun je via een QR-code kijken waar kleding vandaan komt en in de gaten houden waar het naartoe gaat.”

Foto: clothingloop.org (Ook een tip voor circulaire kleding)