ArtikelenDuurzaamheid

Niets blijft meer verborgen in het bos

Gepubliceerd in het FD.

Om het tropisch regenwoud van Suriname beter te beschermen tegen goudzoekers en ongebreidelde houtkap worden nu ook satellieten ingezet. Met data- en beeldanalyse helpt het Utrechtse Satelligence mee in de strijd om bosbehoud.

Op een terras in Paramaribo tuurt bosbouwkundige Giani Razab-Sekh naar zijn laptopscserm. Hij bestudeert een landkaart van zuidelijk Suriname, vol ingekleurde vakjes. In werkelijkheid is dit hele gebied één grote zee van groen: regenwoud. De kleuren op het scherm geven aan om wat voor bos het gaat. Is het hier toegestaan om hout te kappen of goud te zoeken? Razab-Sekh werkt voor stichting Green Growth Suriname, die het natuurlijke bos van Suriname wil behouden. Het land, vier keer zo groot als Nederland, bestaat voor 93% uit tropisch regenwoud. Dat gebied raakt dankzij wegen en vliegveldjes steeds meer ontsloten voor inwoners en ondernemers, maar ook voor illegale houtkappers en goudzoekers. Het laatste gebeurt bijna geheel uit het zicht. In de zuidelijke helft van het land wonen maar zo’n vijfduizend mensen, die lang niet alle illegale bezigheden opmerken en er iets tegen kunnen doen. Green Growth Suriname huurt daarom hulp van buiten in om ontbossing goed in kaart te brengen en die informatie te delen met de overheid. Dit maakt niet alleen direct ingrijpen mogelijk (zoals onlangs in een natuurreservaat), maar ook beter geïnformeerd beleid. Zo houdt het Utrechtse bedrijf Satelligence sinds begin vorig jaar het Surinaamse regewoud in de gaten vanuit de lucht, met satellietbeelden.

HET BOS IN STUREN
Razab-Sekh zoomt in op een paar stipjes op zijn scherm, want daar lijkt iets te zijn gebeurd. Stipjes betekenen dat de originele kleur groen is verdwenen. Satelligence merkt die kleurverandering op door oude en nieuwe satellietbeelden met elkaar te vergelijken. Maar het gebruikt ook andere data en algoritmes om de verandering te interpreteren. Het kan namelijk van alles betekenen, niet alleen illegale kap. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een natuurlijke bosbrand, ook al gebeurt dat weinig in vochtig Suriname. Dit soort kleurveranderingen probeert Satelligence eruit te filteren, net als die bij sluierbewolking of verkleurde bladeren. ‘We willen mensen niet voor niets het bos in sturen’, zegt Sake Alkema, uit het datascienceteam van Satelligence. Computers leggen daar voortdurend nieuwe beelden van Nasa of Esa naast eerdere foto’s. ‘Als een verandering groot genoeg is, merken we het aan als ontbossing’, zegt Alkema. ‘En dan gaan er nog wat checks overheen.

Zo vergelijkt Satelligence de beelden met infraroodbeelden en meer gedetailleerde foto’s, en soms ook met veel oudere satellietbeelden, tot aan 1980. Was dit oorspronkelijk bos? Of gaat het misschien om een oude plantage? Alkema: ‘Met kunstmatige intelligentie trainen we ons model op de waarschijnlijkheid dat iets echt ontbossing is. Er komen steeds nieuwe algoritmes bij. Zo zorgen we dat elke melding met 95% zekerheid gaat over ontbossing.’Suriname bestaat vooral uit tropisch regenwoud. Als je daar groen vanuit de lucht ziet verdwijnen, dan weet je bijna zeker dat het om ontbossing gaat. In andere landen die Satelligence via satellieten van bovenaf bekijkt, is dat anders. Het groen in Maleisië en Indonesië betreft vaak plantages, voor palmolie bijvoorbeeld. Een kleurverandering daar kan dus ook betekenen dat plantagebomen worden vervangen omdat ze na dertig jaar niet meer zoveel olie  produceren. Het oorspronkelijke bos is dan al lang geleden gekapt.

GEEN EENZAME WEG
Sinds de oprichting van Satelligence, in 2016, werkte het bedrijf vooral voor commerciële partijen, zoals eigenaren van plantages, levensmiddelenproducenten en financiële instellingen. Zij willen weten wat er gebeurt in het gebied waar hun grondstoffen vandaan komen of waar ze in investeren. Dan kan er sprake zijn van herbebossing of ze willen proactief kunnen reageren op claims van Greenpeace en berichten in de media. De laatste jaren werkt Satelligence ook voor non-gouvernementele organisaties en overheden. De internationale zorg om bos groeit. Veel primair bos was tot voor kort moeilijk toegankelijk en werd zo op natuurlijke wijze beschermd. Maar overal ter wereld worden afgelegen plekken steeds toegankelijker. De infrastructuur breidt uit en ‘een weg komt nooit alleen’. Alkema zag het al vaak genoeg gebeuren in zijn data. ‘Een weg neerleggen is een ingeleide van allerhande activiteiten. Je ziet al snel allerlei afsplitsingen en paden ontstaan waar bossen worden gekapt, waar wordt gejaagd of waar nieuwe waterstroompjes beginnen voor goudwinning.’ Dergelijke, vaak illegale bezigheden zijn te spotten met openbare satellietgegevens, alleen zijn die minder snel beschikbaar, zegt Alkema. ‘Als wij een weg gebouwd zien worden, kunnen er binnen twee dagen handhavers op de grond zijn. Als je twee weken later bent, is een groot deel van het hout al verdwenen.’

ZWERFLANDBOUW
In Suriname is het de stichting Green Growth Suriname die Satelligence inhuurt. Die organisatie werd in 2018 opgericht door adviseurs die eerder werkten voor internationale non-gouvernementele organisaties. Het project is een samenwerking met Global Wildlife Conservation, gefinancierd door de Swedish Postcode Foundation. Om de kosten laag te houden heeft Green Growth Suriname geen kantoor. Razab-Sekh werkt dus waar hij wil. Vandaag is dat op een terras in de hoofdstad. Er loopt winkelend publiek voorbij en op de weg kruipt een hele rij auto’s richting de McDrive. Niets wijst erop dat even verderop een jungle begint die zich kilometers uitstrekt. Heel af en toe bromt er een klein vliegtuigje over, op weg naar het binnenland. De bosbouwkundige zoomt ondertussen in en uit op zijn scherm om aan te wijzen welke ontbossingsstipjes bij hem wel of niet alarmbellen laten rinkelen. Hij maakt zich bijvoorbeeld weinig zorgen als er stipjes verschijnen langs bestaande paden, in de buurt van dorpen van bosbewoners. ‘Dan is het waarschijnlijk zwerflandbouw’, zegt hij. ‘Inheemsen of marrons (afstammelingen van ontsnapte slaafgemaakten, red.) branden elke twee jaar een stukje bos plat om er hun eten op te verbouwen. Dat gebeurt altijd in september, oktober of november.’ Doordat de zwerflandbouw in kleine gemeenschappen gebeurt, met genoeg ruimte om te roteren, raakt het bos er niet blijvend door beschadigd. Op de digitale kaarten van RazabSekh is ook te zien welke regels waar gelden. De Surinaamse overheid geeft immers ook concessies uit om legaal hout te kappen. Aan de vormen van de wegen kan hij zien om wat voor bedrijven het gaat. Grote, rechte wegen zijn van
een groot bedrijf, een kleine kronkelige is waarschijnlijk het werk van kleine partijen. Samen met eventuele kampjes voor arbeiders mogen de wegen in legale houtkapgebieden niet meer dan 8% van het land beslaan. De houtkap zelf zou je eigenlijk nauwelijks moeten kunnen zien vanuit de lucht. Het gebied mag niet groter zijn dan één hectare. De bomen moeten bovendien dik genoeg zijn en niet te dicht op elkaar staan. Alleen dan kan het bos in dertig jaar tijd gezond herstellen. Althans, dat zijn de regels van het strikte kapsysteem dat een vestiging van Wageningen University ooit opstelde.

Het oogstsysteem van dit Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek in Suriname (Celos) heeft in de jaren zeventig als blauwdruk gediend voor internationale kapregels. Wie bomen wil kappen in Suriname moet een plan indienen dat aan die regels voldoet. Het systeem is echter niet waterdicht. De aan de overheid verbonden Stichting Bosbeheer en Bostoezicht, verantwoordelijk voor de handhaving, zei recentelijk in het Surinaamse dagblad De Ware Tijd dat zo’n 50% van het gekapte hout waarschijnlijk illegaal is. Dat komt deels door de verlening van goudconcessies, waarbij ook bomen worden gerooid. Razab-Sekh weet vaak goudzoekers te spotten in dalen en bij beken, en dan vooral in het mineraalrijke oosten van Suriname.

BEWUSTWORDING
Los van lokale kennis en gegevens vult Green Growth Suriname de data van Satelligence aan met data ‘van de grond’. Daarvoor doet de organisatie een beroep op lokale burgers. Het Oostenrijkse platform Spotteron ontwikkelde hiertoe een speciale app. Met de leus ‘See it, Snap it, Save it’ moedigt Green Growth Suriname mensen aan het te melden als ze ergens kapactiviteiten zien. Sommige burgers komen namelijk nog zuidelijker dan de boswachters. Deze toeristengidsen en jagers kunnen in de app met gpstracking makkelijk een foto uploaden en een paar vragen beantwoorden. Liggen er stammen op de grond of op een vrachtwagen? Zijn ze gelabeld? Die extra data helpen Green Growth Suriname bij het in kaart brengen van ontbossing. Maar de app dient ook om gewone Surinamers te betrekken bij bescherming van het bos. Razab-Sekh checkt alle burgermeldingen en maakt ze openbaar. Zo kan iedereen die de app downloadt, zien hoe het Surinaamse bos ervoor staat. De fotootjes van gespotte houtkap zijn tot nu toe afkomstig van slechts enkele tientallen gebruikers. ‘Door corona heeft de promotie nog niet zo’n succes gehad. Maar we gaan ermee door’, zegt Razab-Sekh. ‘Zoveel mogelijk mensen moeten zich bewust worden van wat er gebeurt met ons bos.

Foto: Sirano Zalman