Artikelen

Circulair bouwen: ‘We kijken graag naar wat er al is’

Gepubliceerd in Vrij Nederland.

Bouwen met tweedehands bouwmaterialen kán, maar kost wel behoorlijk wat arbeidskracht. Dat hoeft geen probleem te zijn, vinden de architecten van
Superuse. Als de overheid maar eens zou helpen met de juiste belastingen.

Jochem Kromhout ziet er niet uit als een typische bouwvakker. Met een gele helm op zijn blauwe haar loopt hij in opwaaiend stof door een gestript oud buurthuis in Den Bosch. Alleen wat palen en stukjes muur staan nog overeind. Hier komt zijn toekomstige huis, naast achttien andere sociale huurwoningen. Het complex heet Boschgaard, en de toekomstige bewoners helpen zelf mee met de bouw. Kromhout en zijn toekomstige huisgenoten ‘oogsten’ hun bouwmaterialen zoveel mogelijk uit gesloopte panden in de omgeving. Hoe dat moet, leren ze van architect Jeroen Bergsma. Zijn architectencollectief Superuse bouwt al vijfentwintig jaar methergebruikte materialen. De materialen waar Superuse het liefst mee bouwt, komen direct van de sloopplaats en hebben maar weinig bewerking nodig. Bewerken kost immers energie, en dat is, samen met grondstoffen, juist wat Superuse zoveel mogelijk probeert te besparen. Bergsma schuift met zijn voet wat zand opzij en tovert natuurstenen tegels tevoorschijn. ‘Dit is de oude trouwzaal van het buurthuis,’ vertelt hij. De tegels blijven in het nieuwe gebouw liggen, ook al zijn ze straks onder de vloerverwarming maar op een paar plekken zichtbaar. Bergsma: ‘Dat bespaart een nieuwe vloer en dus nieuw materiaal en afval.’ Het bespaart bovendien geld, een belangrijk focuspunt in dit bouwproject. De architecten proberen de kosten van de verbouwing zo veel mogelijk te drukken zodat Kromhout en zijn huisgenoten straks geen al te hoge huur hoeven te betalen. De meebouwende toekomstige bewoners zijn namelijk niet de eigenaar van het nieuwe pand, dat is woningcorporatie Zayaz.

‘Eigenaarschap’

Het oude buurthuis in de Graafse wijk werd rond de eeuwwisseling gekraakt. De zeven tot tien mensen die er kwamen wonen, herstelden al snel de oude buurtfunctie van het gebouw. Toen hangjongeren een plek nodig hadden, sloegen ze een extra voordeur in de gevel en zetten binnen een oude voetbaltafel neer. Later volgde De Graafse Akker, een hectare open grond die wordt gebruikt als groentetuin en ontmoetingsplek, en ook voor begeleiding en dagbesteding. Om het pand duurzaam te renoveren, klopten de krakers in 2017 aan bij eigenaar Zayaz. De woningbouwcorporatie moest even aan het idee wennen, maar stemde uiteindelijk toe. De krakers hadden al laten zien dat ze een belangrijke functie vervulden om de buurt leefbaar te houden. Bovendien is ‘eigenaarschap’ van huurders een belangrijk thema voor Zayaz. Als huurders verantwoordelijkheid voelen voor hun woning, scheelt dat een woningcorporatie een hoop kopzorgen. Zayaz nam voor de verbouwing plaats in de bijrijdersstoel. De Boschgaarders kozen zelf voor architectenbureau Superuse. Dat is geen toeval, zegt architect Bergsma. ‘Dit soort bewoners heeft interesse in duurzaam bouwen en circulair hergebruik, met zo weinig mogelijk klimaatschade.’

Ontspijkeren

Zo’n bewuste en actieve groep bewoners sluit goed aan op de werkwijze van Super[1]use. Bouwen met hergebruikte materialen vraagt namelijk behoorlijk wat flexibiliteit, energie en tijd. Aannemer Versteegden laat de laagdrempelige klussen over aan de Boschgaarders zelf om de bouwkosten laag te houden. Kromhout en zijn vriendin zijn elke woensdag te vinden op de bouwplaats. Vandaag lopen er ook drie mensen van de sociale werkplaats rond om houten platen te ‘ontspijkeren’. Typisch zo’n klusje dat nodig is als je bouwt met sloopmateriaal. Een 24-jarige toekomstige huisgenoot van Kromhout sleept met rollen glaswol. Ook vóór de verbouwing waren de Boschgaarders er al veel mee bezig. ‘Je moet wel van vergaderen houden,’ grinnikt Kromhout. Bewoners dachten uitgebreid mee met het duurzame ontwerp van het gebouw. Hergebruik is niet het enige waarmee energie wordt bespaard. Samen met Jeroens collega Césare Peeren dachten bewoners na over de interne materiaal- en energiestromen. Met kleine noordelijke en grote zuidelijke ramen gebruikt het gebouw zo veel mogelijk warmte en licht van buiten. Opgevangen regenwater van het dak gaat via opvangtanks van 80.000 liter naar de moes[1]tuin. De bewoners delen straks spullen waar dat handig is. Naast een kleine privédouche in elke woning kunnen de huisgenoten opwarmen in de infrarood sauna en onschadelijk lang douchen in de recirculatiedouche – die het water na drie minuten gefilterd terugleidt naar de douche. Kromhout: ‘Ik vind het fijn om te delen, want ik gebruik mijn badkamer toch maar vijftien minuten per dag.’ In de huur worden straks ook autodeelkosten meegerekend. ‘Dat scheelt heel wat parkeerplekken die je bij een ontwerp moet intekenen,’ zegt Bergsma. Om het ontwerp zo goed mogelijk te laten passen bij de woongroep woonde Bergsma’s collega Peeren zelfs een week lang in bij de krakers. Zo snapte hij beter hoeveel ruimte er moest komen voor gezamenlijke plekken en hoeveel voor privévertrekken. Een deel van het gebouw is straks immers nog steeds voor de buurt toegankelijk. De zogeheten Buurtschuur staat al overeind. Het was een eerste proefbouwsel voor de Boschgaarders, waarbij ze ook de dubbele gevel testten: een halve meter ruimte tussen twee lagen kozijnen biedt ruimte voor ventilatie in de zomer en isolatie in de winter.

Nul bezwaren

Vanaf het begin af aan werd de buurt bij dit bouwproject betrokken. Omwonenden kenden De Graafse Akker al. Directe buren maakten er vanuit hun achtertuin zelfs nieuwe poortjes naartoe. Het eerste ontwerp voor het nieuwe gebouw zagen zij alleen nog niet zo zitten. Het woonblok zou een verdieping hoger worden en heel wat zon ontnemen. In een nieuw ontwerp werd het gebouw daarom minder massief, met drie afzonderlijke puntdaken. Toen de Boschgaarders het ontwerp indienden bij de gemeente – nodig om het bestemmingsplan te wijzigen van buurthuis naar woningen – bleken de goede contacten met de buurt hun vruchten af te werpen. ‘Er kwamen nul bezwaren vanuit de buurt,’ zegt Kromhout trots. Later werd het ontwerp toch nog eens aangepast. Er waren houten spanten voor het skelet van het dak gevonden met een andere hoek dan gepland. Daardoor moesten de tekeningen opnieuw worden ingediend bij de gemeente. ‘Moesten we wéér de mallemolen in,’ zucht Kromhout. Hij is voor dit soort dingen blij dat Zayaz bij het project betrokken is. ‘Zij weten hoe het werkt.’ De woningbouwcorporatie stelt zich faciliterend op en wees een van hun projectleiders aan als projectbegeleider. Hij bekeek het financiële plaatje met de architecten en de bewoners. Konden de huurkosten worden gedrukt met extra ‘zelfwerkzaamheid’ van de bewoners en met het ‘oogstvoordeel’ dat komt kijken bij het gratis afhalen van bouwmateriaal? Dat was een heel gepuzzel, maar het lijkt enigszins te lukken.

Materialenpaspoort

De oude vloer van het buurthuis ligt nog vrijwel intact op de bouwplaats. ‘Daar hebben we wel innovatief voor moeten zijn,’ zegt Bergsma. Hij wijst naar een natuurstenen tegel met een groot rond gat erin waardoor een heipaal steekt. ‘Dat is bedacht door de constructeur,’ zegt Bergsma. Het wordt een van de kolommen waarop het gebouw straks rust. Met zo’n kolommenbouw, in plaats van hele draagmuren, is het gebouw later makkelijk aan te passen. ‘De muren worden van hout, een veel flexibeler bouwmateriaal dan bijvoorbeeld beton.’ Op de kolommen rust straks bijna een hele tweede verdieping, die er in het buurthuis niet was. ‘Toen we de fundering bekeken, bleek die behoorlijk overgedimensioneerd,’ zegt Bergsma. Er kwamen daarom extra woonruimtes op de tweede verdieping, met daarnaast een daktuin met extra steunbalken voor goede moestuinbakken. Zo maakt het gebouw straks optimaal gebruik van de draagkracht van de oude fundering. ‘We kijken graag naar wat er al is.’ Alleen in het voorste deel van de bouwplaats is de vloer volledig weggeslagen. ‘Hiervan wisten we niet wat de draagkracht was,’ zegt Bergsma. ‘Op hele oude tekeningen zagen we een getalletje staan dat niet genoeg zou zijn.’ Voor de zekerheid haalden ze alles weg, maar achteraf zeggen bouwvakkers van de aannemer dat dat niet had gehoeven. Bergsma haalt zijn schouders op. ‘Dat hoort erbij. Soms kom je pas achter de kwaliteit bij het slopen doordat het materiaal nooit goed was gedocumenteerd.’ Het is de zoveelste uitdaging van bouwen met bestaand materiaal. Dat zal over een paar decennia anders zijn, want moderne gebouwen hebben vaak een materialenpaspoort. Daarin staat genoteerd wat voor materiaal erin zit en dus ook vrijkomt als het gesloopt wordt. Een nieuwe norm is ook ‘remontabel’ bouwen, zodat alles relatief makkelijk uit elkaar gehaald kan worden om weer iets nieuws mee neer te zetten. Een goede ontwikkeling, vindt Bergsma. Maar hij kijkt liever niet alleen naar de toekomst van gebouwen. ‘Er is nú al allemaal afval dat kan worden gebruikt en dat wordt de komende dertig jaar alleen maar meer.’ Daarmee bouwen is voor Superuse geen vraag, maar nog wel een behoorlijke opgave. Het bouwmateriaal ‘oogsten’ is misschien wel het tijdrovendste klusje van het bouwen. Alle bewoners helpen daarbij mee. Ze zetten vragen uit in hun netwerk en houden in de gaten wat er gesloopt wordt en daarbij vrijkomt. Elke week is er een oogstoverleg met de bewoners, de aannemer en de architect.

Tweehonderd bouwmaterialen

Ook nu de bouw is begonnen, is nog lang niet al het bouwmateriaal verzameld. Al het beeldbepalende materiaal is er al wel, zoals de dakspanten die de vorm van het dak bepalen. Pas in een later stadium komt het minder zichtbare materiaal. ‘Welke kleur de platen hebben die straks tegen de zijkant van huizen aankomen, maakt bijvoorbeeld nog niet zo veel uit,’ zegt Bergsma. Het minst urgent is het constructiemateriaal dat niemand ziet, ook al heeft dat nog steeds wel effect op de bouw. ‘Om de dikte van balken op het laatste moment te kunnen veranderen moet de constructeur wel een beetje flexibel zijn,’ zegt Bergsma. Dat nog niet alles er is, is ook wel handig. Al het opgehaalde bouwmateriaal moet in de tussentijd namelijk wel ergens worden opgeslagen. De Boschgaard huurde er een grote loods voor, zeven kilometer verderop. Kromhout en Bergsma rijden er met een deelauto naartoe en stappen uit in de mestgeur tussen de weilanden, bij een grote golfplaten schuur. Binnen is een ruimte bijna zo groot als de bouwplaats metershoog volgestouwd met stapels bouwmateriaal. Er liggen dikke balken, kunststof kozijnen en allerlei houten latjes. Is dat allemaal nodig voor het maken van een gebouw? ‘Ja, het is wel een behoor[1]lijk bos,’ zegt Kromhout. Bergsma knikt. ‘Dan zie je maar weer wat er anders nieuw geproduceerd had moeten worden.’ Naast de ingang van de opslagloods hangt een meterslange papieren agenda waar met verschillende kleurtjes per week is aangegeven wie er wát gedaan moet hebben met de ongeveer tweehonderd verschillende bouwmaterialen. Wekelijks overleggen de bewoners met de architect en de aannemer hoe het ervoor staat. Is het benodigde materiaal al gevonden? Opgehaald? Bewerkt? Gemonteerd? Bergsma en Kromhout manoeuvreren al draaiend en klimmend tussen de stapels door naar achteren. ‘Deze balken komen van mijn oude basisschool,’ zegt Kromhout. ‘Dit gelamineerde hout komt uit de overkappingen van tankstations,’ wijst Bergsma. ‘En dit uit de tijdelijke containerschool van het Mondriaancollege.’ Helemaal achteraan liggen de dakspanten, die de basis vormen van het dak. Ze komen uit een gesloopte bibliotheek in St Michielsgestel. Bergsma: ‘Ze zijn zo’n vijftig jaar gebruikt, maar gaan nog tweehonderd jaar mee.’ Hij ziet wel een beetje op tegen het moment dat ze op de bouwplaats nodig zijn en de volgestouwde loods weer uit moeten. ‘Dat wordt nog een logistieke uitdaging.’ Al drie jaar lang stapelen de materialen zich hier op. De opslag en logistiek die nu nog komen kijken bij circulair bouwen zullen volgens Bergsma minder complex worden als bouwen met hergebruikte materialen op grotere schaal gebeurt. Superuse lanceerde in 2004 al eens oogstkaart.nl, een soort marktplaats voor bouwmaterialen. Omdat dat idee zijn tijd te ver vooruit leek, verkochten de architecten het in 2020 aan sloopbedrijf New Horizon Urban Mining, dat bezig is met een soortgelijke transitie in de bouw. Zo kent Superuse inmiddels veel meer bouwpartijen die bezig zijn met hergebruik. Soms ook zonder idealistische insteek. ‘Vanwege het grondstoffentekort is werken met bestaand materiaal normaler geworden. Veel slopers hebben er nu een bouwzaak bij,’ zegt Bergsma. Het werk van Superuse wordt ook steeds meer gewaardeerd. Vorig jaar wonnen ze een Arc award voor hun oeuvre. Dat oeuvre bestaat inmiddels ook uit opdrachten voor het Rijksvastgoedbedrijf, zoals het ‘transformeren’ van vier gebouwen op het oude vliegveld Valkenburg. Ook de overheid wil het bouwen met hergebruikt materiaal immers stimuleren.

Lastig concurreren

Het is voor hergebruikbouwers nog lastig om te concurreren met bouwprojecten die met spiksplinternieuwe materialen werken. Materialen uit de fabriek worden immers vaak op tijd en in de juiste maat geleverd. Er zijn dus geen arbeidsuren nodig voor het oogsten, ontspijkeren en andere bewerkingen, de logistiek is eenvoudiger, en opslag en tussentijdse ontwerpaanpassingen zijn overbodig. Als je dat allemaal meerekent, zijn nieuwe materialen relatief spotgoedkoop. Dat zou anders moeten, vinden de architecten van Superuse en met hen nog veel meer organisaties uit de bouwwereld. Afgelopen jaar ondertekenden zo’n vijfhonderd van hen een petitie voor een belastingverschuiving. Arbeid zou mínder moeten worden belast, en het gebruik van nieuwe grondstoffen en de uitstoot van CO2 juist méér. De petitie werd gestart door Superuse en de stichting Ex’tax, die zich al jaren inzet voor dit idee van belastingverschuiving. Een circulaire economie gebruikt immers weinig grondstoffen en vervuilt nauwelijks, maar kost wel veel arbeid. Tweedehands materiaal doet qua kwaliteit niet onder voor nieuwe materialen, is Bergsma’s overtuiging. Hout kreeg vroeger bijvoorbeeld meer tijd om te groeien en werd niet zo ‘gehaast uit de grond getrokken’ als nu. In de loods liggen hele stevige kozijnen en binnendeuren uit advocaten- en consultantskantoren van de Zuidas. ‘Een daarvan was in 2001 nog het duurzaamste gebouw van Nederland,’ zegt Bergsma. ‘Maar nu gingen ze toch verhuizen.’ ‘Ik bedenk me nu pas dat we de sleutels van deze deuren er niet bij hebben gekregen!’ zegt Kromhout. Bergsma grinnikt. ‘Die sleutels vinden we nog wel. En anders kunnen we zo’n slot er natuurlijk uitslopen.’ Hij is alweer met zijn aandacht bij grote stapels onderdelen van bruine puien uit de jaren zeventig. Die voldoen nu niet meer aan de isolatie-eisen, maar passen wel goed in de dubbele gevel waarmee de Buurtschuur al experimenteerde. ‘We hebben het Belgische familiebedrijf gevonden dat deze heeft gemaakt,’ zegt Bergsma. ‘Zij gaan ons helpen om alles weer in elkaar te zetten. Ze hebben daarvoor nog de juiste gereedschappen, tekeningen en rubbertjes liggen.’ Dat scheelt weer uitstoot, grondstoffen en energie, maar Bergsma is vooral blij dat het familiebedrijf een tweede leven geeft aan hun zorgvuldig gemaakte spullen. ‘Ze zijn trots op hun product,’ zegt Bergsma, ‘daar gaat het eigenlijk om.’

Beeld: Visuals van Superuse